Marginaal: Boven mijn theewater
Boven mijn theewater
’t Is bijna uit de gratie, het kopje thee in de rust. Onlangs hoorde ik deze verzuchting van onze “verenigingskok” Willem, toen er wederom een blaadje van dit kostelijk vocht onaangetast na de rust van een wedstrijd bleef staan. Wederom een team dat erop rekende dat de thee hen in de pauze van de wedstrijd geen nieuwe krachten zou schenken, doch louter en alleen een aanslag zou kunnen zijn op de veerkracht van de blaas. Na de rust konden de tien bekertjes onverrichter zake geledigd worden. Een schadepost van wat materiaal, een theezakje en een eenheid arbeidskracht. Nu is dit laatste louter zelfvoorziening, dus daarvan is de schade te overzien en niet in euro’s te beramen.
Ik herinner me dat ik ooit een hot item schreef over de gratis thee welke teams zichzelf verstrekten na een training. Vele uren vergaderen van het bestuur en de TC leidde tot consensus, volkomen passend in het oer-Nederlandse poldermodel. Alle partijen waren gematigd blij. Thee is nu echter dus uit. Dat blijkt niet alleen uit het eenzame blaadje uit de eerste alinea, maar tevens uit het feit dat geen sterveling zich opwindt over een al dan niet gratis kopje thee na een training. Echte theedrinkers zijn uitzonderingen. Ja, in het vierde en zesde team huizen er nog wat notoire theeleuten, maar dat zijn allen vrouwen op leeftijd. Korfbalbejaarden, op hun met thee geplaveide weg naar de Leeuwerik.
Van het korfbal bij Weidevogels zou je spoedig over je theewater kunnen geraken, wanneer je je niet realiseert dat als je met beperkte middelen toch bepaalde doelen haalt je nochtans rendement behaalt. Dan mogen de resultaten wel niet zo florissant lijken; het door mij geduide rendement is wel van een zeker niveau. De lat hoger leggen is irreëel en niet prettig voor hen die er verantwoordelijk voor zijn. We zijn daar weer beland waar we ooit vertoefden. Een modale derdeklasser, Meer mag er menselijkerwijs ook echt niet worden verwacht. Met name het scorend vermogen is en blijft een hekel punt. Een aantal van de zonet geëerde vrouwelijke theeleuters maakte vroeger er in hun eentje net zoveel als het eerste nu in een helft. Als het meezit, althans.
Het tweede doet het wonderwel meer naar behoren en heeft gelukkig twee heel zwakke broeders in de poule. Voorts zijn ze door de aanwezigheid van Dirkjan wel heel erg bevoordeeld. Hij is nog de enige bij Weidevogels die structuur in een vak krijgt, mensen stuurt en beter laat spelen en niet eens zozeer dankzij z’n eigen doelpunten een team beter maakt. Hij wordt derhalve node gemist in het eerste. De laatste van een erg goede generatie, welke echter Weidvogels toch ook niet veel verder heeft gebracht dan een aantal jaren tweede klasse. Eerlijkheidhalve was dat toch wel de realiteit. Dat overwegend, mag er gevreesd worden voor nu en de nabije toekomst. Ook bij Weidevogels heerst de crisis.
Deze crisis is echter niet van monetaire aard. Geld is er genoeg. De oneigenlijk inkomsten zijn met name hoog. Naast de normale inkomsten als contributies en kantineopbrengst zijn de inkomsten uit sponsoring en verhuur van onze accommodatie gigantisch. Dat is wel eens anders geweest. Het besef echter, dat we afglijden naar het kaliber SEV, Gemini, Reeuwijk en Dubbel Zes en met verve voorbijgestreefd worden door DES, Valto, Velocitas en GKV doet mij wel in enige mate boven mijn theewater geraken. Men noemt mij vaak een pessimist. Ik zou eerder willen stellen een realist. Met een ieder die mij kan overtuigen van het tegendeel, wil ik graag een bakkie drinken. Maar geen thee!
© Simon Trommel
Oktober 2009