Boer met kiespijn
Boer Biet baalde. Het was nu al de tweede keer in het oogstseizoen dat hij werd geconfronteerd met een zelfde probleem. Zijn pa had hem vroeger altijd al gewaarschuwd voor een te grote boerderij. Te groot groeien was niet goed in diens ogen. Groot zijn, betekent personeel aannemen en personeel in dienst hebben, leidt tot problemen. Een onvermijdelijke waarheid als een koe om in het agrarische jargon te blijven.
Zijn vaders woorden ten spijt was boer Biets agrarische imperium toch gestaag gegroeid. Derhalve was er ook niet te ontkomen geweest aan het feit dat hij steeds meer knechten aan moest nemen. Medewerkers, zo werden ze tegenwoordig betiteld. Boer Biet wist dat je moest doorgroeien als bedrijf. Alle economen spraken altijd over groei, dus boer Biet volgde de agrarische economen oplettend en gretig. Boer Biet leerde graag.
Met name in de oogsttijd was de kwantitatieve noodzaak van adequaat geschoolde medewerkers een absolute must. Met de cijfers van vorig jaar op tafel en de prognoses van dit seizoen ernaast, kwam hij met een berekening tot de slotsom dat hij acht man nodig had, maar wel de besten die in deze regio beschikbaar waren. Hij huurde hen vroegtijdig in en schoolde hen adequaat, zodat ze in het komend oogstseizoen optimaal inzetbaar waren. Tot zover had hij zijn zaakjes goed op orde op zijn bedrijf. Hij verwachtte van hen werklust, inzet en loyaliteit.
Het liep een lange tijd lekker met dit prima team. Goed, een van de vier vrouwen werd op een mooie dag zwanger, maar dat kwam in de beste boerenfamilies voor. Dat is nu eenmaal de gang der natuur, zo reageerde Biet wijs. Hij was voor een humane opstelling naar zijn mensen. Hij verving haar toen de tijd rijp was en het niet langer verantwoord bleek om de zware arbeid op het land te verrichten. Nee, het was niet deze omissie die de boer nachtmerries bezorgde.
Het eerste incident geschiedde ongeveer op de helft van het seizoen. De boer was volop in de race voor een topjaar. Hij oogstte geweldig veel en meer dan waarop hij ooit gehoopt dan wel om gebeden had. Boer Biet was in zijn nopjes. Tot op de dag dat een van zijn fysiek sterke medewerkers plotsklaps voor zijn neus stond en hem zomaar uit het niets mededeelde dat hij even een rustpauze inlaste. Zomaar, zonder dringende noodzaak er even tussenuit. Voor zijn pure plezier en zonder enige consideratie met de belangen van de boer en zijn team.
Hij kwam wel weer terug, dat wel. Het bezorgde boer Biet slapeloze nachten. Wat te doen? Wat was wijsheid? Deze man subiet op straat zetten? Daar was het een te goede en belangrijke kracht voor. Voor de tijd dat het duurde was er een stand-in, maar deze produceerde beduidend minder. Toen de topper van zijn ingelaste vakantiereces terugkeerde, nam de boer hem toch maar weer liefdevol op in zijn team. Hij had hem nodig en ach, hij stelde wel een toekomstige sanctie op arbeidsrechtelijke grond. Dat was in feite een wassen neus. De rest van het productieteam had echter wel zeer gemengde gevoelens over de mentaliteit van hun collega.
De tijd verstreek en de oogsttijd werd allengs minder en minder succesvol. Toch rekende onze boer er wel op aan het einde van het jaar met een positief resultaat te staan. Op een goede dag was de eerder genoemde werkkracht er weer niet. Hij meldde zich keurig absent, dat wel. Wat te doen? Er was sprake van een soort overmacht, dus leek het boer Biet terecht zich mild op te stellen. Hij sprak wel enige vermanende woorden, maar liet het zo. Niet boos, wel verdrietig, was zijn devies.
Tot hij van een van zijn werkneemsters begreep, dat zijn topper gesignaleerd was op een groots landbouwfeest, waar hij de bloemetjes buitenzette. De boer was in alle staten en zocht tot op de bodem uit of deze waarheid een reële waarheid was. Ja hoor, ten tijde van het werk bleek de werkkracht inderdaad daar, waar hij was gespot. Er restte onze brave agrariër maar een ding. Met onmiddellijke ingang werd de muiter uit zijn betrekking gezet. De boer lachte nog wel, maar met de mimiek van een man met kiespijn.
De ex-werknemer nam het ogenschijnlijk laconiek op, mompelde desgevraagd nog wat over een motivatiegebrek en ging zijns weegs. Hij was, naar verluidt, toch al min of meer van plan aan het einde van het seizoen zijn biezen te pakken. Biet vond gelukkig nog een stokoude, loyale knecht die nog best weer even de honneurs wilde waarnemen. Afgedankt, doch niet rancuneus deed hij z’n stinkende best. Zo kan het dus ook.
En de boer, hij ploegde voort.
© Simon Trommel