Marginaal april 2010: Nostalgische mijmeringen - Weidevogels de korfbalvereniging van Lansingerland
Boer met kiespijn
Statistische leugens?
De wet van de grote getallen
Publieke vrouwen
Sociaal 2012
Vechtlust?
iPad en Playboy
Marginaal: Abraham, Aad en Rob
Afgevallen
Erkenning
Marginaal mei: Of naar Nick en Simon?
Marginaal Maart: Nepotisme
Marginaal januari: Laura en André
Marginaal december
Marginaal november: Ridicule, rituele rariteit
Marginaal oktober: Mea Culpa
Marginaal september: Abraham lonkt
Marginaal augustus: Van oude mensen en dingen die voorbijgaan
Margniaal juni: De vuvuzela en het Bavariameisje
Marginaal april 2010: Nostalgische mijmeringen
Deceptie
Marginaal: Valentijn en carnaval
Marginaal: Goede voornemens: Crisismanagement, Euforie, Kredietcrisis!
Marginaal: Een witte kerst


Marginaal april 2010: Nostalgische mijmeringen

Nostalgische mijmeringen

Toen in 1961 Weidevogels in het Bleiswijk van weleer werd opgericht door enige lieden, waaronder een dominee, kon men niet bevroeden dat vijftig jaar later er zo’n bloeiende vereniging een florissant bestaan er op na zou houden. In de zin van een mooie, moderne accommodatie, financieel een gezonde status, relatief veel jeugd en een typische, beschaafde korfbalsfeer welke ik ook bij vele andere clubs aantrof.

Een van de weinigen die wellicht vanaf het begin erbij is geweest en nog immer actief is, als er tenminste een team voor hem is, is Aad van den Berg. Bij de oprichting was Aad dertien jaar oud, zodat een eenvoudige rekensom ons leert dat hij nog immer actief is op de respectabele leeftijd van eenenzestig jaar. Bij mij stopte de teller op mijn dertigste, weliswaar was het een zware blessure die mij daartoe noopte. Aad was er dus reeds bij, gedurende de kinderjaren van Weidevogels.

Bleiswijk was in het begin van de jaren zestig nog een louter agrarisch dorpje van boeren en tuinders. De zogenaamde import, zoals de autochtone bevolking het noemde, van forenzen uit de ganse Randstad liep nog niet hard, hoewel de plannen van nieuwbouw toen reeds in ontwikkeling waren. Weidevogels, mede opgericht om als tegenhanger van het enige sportieve vertier de voetbalclub Soccer Boys te fungeren, groeide langzaam, maar gestaag.

Ik kan me zo voorstellen, dat het hier in de jaren zestig geen broeinest van hippy’s en provo’s was. Cafetaria Rust Even was het culinaire hoogtepunt in het uitgaansgebied van de plaatselijke horeca. Naar verluidt waren de aanwezige flipperkast en jukebox de enige profane relikwieën welke de Bleiswijkse fastfood-adepten toen prikkelden. Zonder twijfel schalde de grote hit uit ’61 Ramona van the Blues Diamonds door het karig beklede etablissement.

Toen ik in 1972 uit het Haagse in Bleiswijk tegen wil en dank verzeild geraakte, waande ik me in de volle middeleeuwen. Wat een kleinburgerlijke bekrompenheid heerste hier. Ik maakte de middelbare school af in Voorburg en verlengde mijn korfbalcarrière bij het Leidschendamse SEV, ook niet bepaald het neusje van de zalm. Pas in 1975 werd ik lid van Weidevogels. Ik belandde alras in het feestgedruis. want WV bestond het jaar erop vijftien jaar. Mijn aantal dienstjaren valt in het niet bij dat van Aad, dat moge duidelijk zijn.

Er zijn nog wat oudgedienden die ook in de jaren zestig actief waren. Die zich nog herinneren dat ze op het eerste speelveld de poep moesten verwijderen van het door de week actieve vee. Dat eenmaal op de huidige accommodatie beland er een houten keet stond die de naam kantine niet mocht hebben. Dat er in het begin slechts een en later twee teams waren. Dat de manden van pitriet, de middenvakken vermoeiend, de rokken te lang en de natte ballen kanonskogels waren. Deze nostalgie klinkt nu wel prachtig, maar wie wil het terug?

Vroeger was niet alles beter. De korfbalsport is verbeterd, Weidevogels als organisatie is veel moderner en Weidevogels is een middelgrote vereniging in korfballand geworden. Alle randvoorwaarden schijnen in orde om met Weidevogels de komende jaren ook qua niveau wat meer te stijgen. Met opzet schrijf ik schijnen. Want, anders vermoed men dat ik plots een column met een positieve allure uitbraak, in dat laatste geloof ik nog niet zo. Mijn scepsis is onder meer gelegen in de bescheiden aard van de modale, autochtone Bleiswijker. Doe maar lekker gewoon en normaal. Aad is daar het prachtige, levende bewijs van.

Volgend jaar vijftig jaren Weidevogels. Het is in mijn optiek vooral ook Aads feestje.

© Simon Trommel

April 2010



Webteam Zondag 18 April 2010