Marginaal november: Ridicule, rituele rariteit
Ik weet het. Twee maanden vergat ik een Marginaal te schrijven. Het was geen opzet. Het was geen marktonderzoek om erachter te komen, hoeveel mensen mij misten. Alhoewel dat wel een aardig bijkomend effect was. Er was toch een tiental Weidevogels, dat zich afvroeg, wat er aan de hand was met mij. Hun namen zijn in mijn geheugen gegrift. Aan hen dank ik mijn bestaansrecht in De Voerbak, welke zich overigens steeds meer als een lege biotoop ontpopt. Er waren ooit tijden, dat men regelmatig boos in de pen klom. Wordt niemand meer boos, of spelt men echt allen zo slecht? Elders echter staan mijn bijdragen van september en oktober er nu toch ook. Ik wilde niet gaarne in gebreke blijven.
De eerste en beste competitieronde in de zaal deed mijn waarnemingen doende hoofd al ernstig duizelen. Het voltallige team van de B1, inclusief de beide coaches, boog zich voorover met de armen om elkanders rug. Een rugbyscrum in gebed? Een verzameling zweefteven in conclaaf? Een spirituele massa op zoek naar een momentum van Zen? Een verzameling softporno acteurs in werkoverleg? Er raasden onmiddellijk een heel aantal zeer dringende vragen door mijn geest. Vragen die tot nader en dieper inzicht zouden kunnen leiden omtrent het hoe en waarom van dit malle ritueel.
Wie voert er het woord en wat wordt er dan precies gezegd? Wie heeft dit verzonnen? Ga je er beter van korfballen? Kan dit niet beter in de kleedkamer worden gedaan? Is er een consistent beleid binnen Weidevogels? Gaan alle teams dit derhalve voortaan doen? Wat als je daar ongewenst intiem in elkaars adem staat te happen, je je realiseert dat je haring met ui hebt gegeten? Of gisteren knoflook? Ga je bij de uitwedstrijden ook collectief voor aap staan? Zou ik blijven korfballen, als ik daar aan mee moest doen? En wil ik zo ooit nog een team coachen, als deze rare ritus mij ook wordt opgelegd?
Je ziet, een aantal prangende vragen, die ik hier dan nog maar in samengevatte vorm weergeef. Het houdt mij heel erg bezig. Zou het een onderdeel zijn van een psychische groepsbinding? Zou het een legitimatie zijn voor de jongens en de meisjes om elkaar vrijelijk te toucheren? Ik vond het handjeklap al een afschuwelijk gemaakt en onecht vertoon, maar dit slaat alles. Ik overweeg sterk een dringende brandbrief aan het bestuur te verzenden, of er enig onderzoek gedaan kan worden naar de achterliggende gedachte en werkelijke motivatie van deze ridicule, rituele rariteit.
Ooit hadden we een trainer bij het eerste, nu nog immer werkzaam bij de Rijswijke club Refleks, die ons wekelijks de volgende monoloog in de kleedkamer deed toekomen. Glimlachend hoorden wij zijn fameuze woorden aan. “Mensen, we gaan er deze week weer kanonnen en kanonnen hard tegen aan. Vanaf het begin tot het bittere eind. Wij geven nooit op. Als er aan het einde van de wedstrijd iemand helemaal kapot op het veld achterblijft, dan laten we die niet zomaar liggen. We nemen iedereen weer mee. Kom op!!!!!” Ik heb nu last van een ernstige, nostalgische hang naar deze trainer/coach/liftmonteur, als ik de beelden op mijn netvlies weer zie van die ietwat mallotige korfbalsamenscholing. Of ben ik een fossiel?
© Simon Trommel
November 2010