Publieke vrouwen
Ik kijk veel korfbal. Ik kijk nooit voetbal. Wel op de televisie, maar nooit live. Dat spijt mij niets. Als ik het publiek zondag bij Feyenoord zag, dan schaam ik me plaatsvervangend bij het menselijk ras te behoren. Brave huisvaders die doordeweeks vast een eerzaam beroep uitoefenen, zie je schreeuwen en tekeer gaan dat het een lieve lust is. Voorts gaat de middelvinger haast automatisch hemelwaarts. Ik vind het walgelijk.
Laat de kinderen tot mij komen. Dit nieuwtestamentische citaat werd donderdag twee weken geleden twee millennia na dato opnieuw bewaarheid. Het was niet ergens in de heuvels van Galilea, maar in Amsterdam.
Een Arena vol kinderen. Jong, enthousiast en nog niet totaal verziekt door het hedendaagse klimaat van het hedonistische individu. Je had hen moeten horen. Het hoge stemgeluid van een reeks zwembaden, die met het schoolzwemmen in de weer waren.
Een Arena zonder gladiatoren, maar met profvoetballers. De hedendaagse vol getatoeëerde helden van
onze samenleving. Bewierookte miljonairs met niet meer dan dezelfde basisschoolkennis van dit publiek. Geen hooligans, dronken en verdoofde, hersenloze mafketels, doorgedraaide randdebielen, randcriminele losers, of in
de skyboxen de witte-boorden maffiosi, louche zakenlui en gemankeerde artiesten. Ik dacht serieus: ze zouden het zo meer moeten doen.
Ik kijk dus veel kofbal, waar taferelen als hiervoor geschetst, nog niet voorkomen gelukkig. Toch schuift het gedrag van het publiek ook een bepaalde richting op. Ik heb geleerd naar jezelf te kijken, alvorens
andermans kwalijke punten te benoemen.
Het valt me op dat er steeds meer met name ouders zijn, die vanaf de tribune scheidsrechters hekelen. Het zijn dan ook nog vaak korfbalouders, die dus verstand van de materie zouden moeten hebben. Ik vind
het kwalijk, zeker als ik bemerk dat de subjectiviteit zulke groteske vormen aanneemt, dat het vooral kritische geluiden zijn als het hun eigen kind betreft. Hoe kinderachtig.
Het helpt niet. De scheidsrechter wordt echt niet beïnvloed. Jawel, toch wel. Je krijgt hem juist tegen. Het is het slechte voorbeeld voor de kinderen. Zij denken dat het normaal is kritiek op de leiding te geven. Het is geen goed visitekaartje van de vereniging. Ik kan zo een paar verenigingen noemen, die traditioneel een naar publiek hebben. Het escaleert als de tegenstanders ook wat ouders van dit allooi bij zich hebben. Voor je het weet, kom je bij de onverkwikkelijkheden die het voetbal zo ontsieren.
Ik was soms een nare korfballer die alles deed om te winnen. Toen ik op mijn dertigste noodgedwongen trainer/coach werd, had ik binnen een paar jaar door, dat ik vooral rust moest uitstralen en de scheidsechter met
rust moest laten. Als ik al wat zei, was dat zeker beleefd en in decent Nederlands. Dat me dat toch wel eens geel opleverde, was door mijn toontje. Irritant.
Terug naar de tribune. Ik denk dat het verstandig is om zeer prudent ten opzichte van de scheidsrechters te zijn, aangenomen dat zij hun best doen en trachten neutraal te zijn. Het geeft toch geen pas om zelfs een
scheids van je eigen vereniging een veeg uit de pan te geven. Het valt mij op, dat het euvel vooral bij mannen voorkomt. Kijvende vrouwen hoor ik zelden. Mijn pleidooi is derhalve dat het ganse publiek, ook de mannen, zich voortaan gedragen als een keurige, eloquente publieke vrouw. Weidevogels zal daar louter voordelen van plukken. Mocht iemand mij toch wat naars horen zeggen, herinner me dan aan dit stukje.
© Simon Trommel