• Gedrag regels

     

    Bij KV Weidevogels hoort naast een hoog sportief niveau ook een hoog sociaal niveau.

    Sport is niet alles. Het kenmerk van een gezellige club is een hoog sociaal gehalte naast een uitdagende sportieve sfeer.

     

    Gezelligheid wordt gemaakt door mensen en niet alleen door sportieve prestaties. Het is daarom belangrijk om ook de sociale kant van de vereniging te belichten. In dit document is daartoe een eerste aanzet gegeven. Het is de bedoeling dat dit document levend blijft door er constant aan te schaven en te verbeteren. Verder is het ook zaak om de inhoud niet alleen aan het geduldige papier toe te vertrouwen maar juist te doen opgaan in de dagelijkse praktijk.

    Gedragsregels leven niet als ze door iemand of een vereniging op papier zijn gezet. Ze leven pas als ieder verantwoordelijk lid ze kent en hanteert.

     

    Het bestuur van KV Weidevogels zal de nodige energie stoppen in het realiseren van dit ideaal door te pas en te onpas leden en gasten te wijzen op de door het bestuur en de ALV goedgekeurde sociale gedragsregels, zoals vastgelegd in dit document.

     

    1. Gedragsregels voor spelende leden, op het veld

     

    1. Bij trainingen worden hoge eisen gesteld aan gedrag, discipline, inzet en motivatie. Immers, het doel van trainingen is de spelers op te leiden tot goede korfballers.
    2. Vloeken en "schuttingtaal" is voor veel mensen (tegenstander, scheidsrechter maar ook publiek) kwetsend en dit hoort op het korfbalveld niet thuis. Geen kritiek op de scheidsrechter, deze doet ook zijn best en bij de jeugd zijn zij vaak in opleiding, steken er hun vrije tijd en energie in en…. geen scheidsrechter betekent, niet spelen.
       
    3. Ook zelfdiscipline moet worden opgebracht. Onder discipline wordt verstaan: op tijd komen, aan alle trainingen deelnemen, melding doen van verhindering etc. Bij tegenslag moet de mentaliteit aanwezig zijn om door te gaan.  Een vechtersmentaliteit is nodig om dit alles op te brengen.

             4 .Onderling respect binnen het team vergroot de teamgeest en daardoor de gezamenlijke kracht. Mopperen of schelden op                   elkaar is:     
                                a. geen juiste mentaliteit en voorbeeld 
                                b. ontneemt het gehele team de kans op een goede prestatie.
             

              5.De selectieteams bekleden als het vlaggenschip van de vereniging bij uitstek een voorbeeldrol!.

     

    Wanneer je steeds kritiek hebt op trainers, scheidsrechters, bestuursleden en/of coaches, dan nodigen wij je uit om je bij de vereniging aan te melden voor deze functies. Je krijgt dan de kans om het goed/beter te doen. De vereniging zal er blij mee zijn.

     

     

    Kleding en douchen 

    Tijdens een wedstrijd behoort men schone en de voorgeschreven kleding te dragen.

    Ga douchen direct na het sporten, dit is goed voor de spieren en voorkomt blessures.

     

    1. Gedragsregels voor het clubhuis, veld en zaal

     

    De volgende gedragsregels bepalen in hoge mate de sfeer in het clubhuis, op het veld en in de zaal.

     

    1. Gedraag je in het clubhuis, op het veld of in de zaal alsof je thuis bent.
      Daar zit je ook niet met je vuile schoenen op de bank of stoel en trap je peuken uit op de straat.
      Ook laat je je afval niet liggen in je eigen tuin of balkon. Er zijn, net als thuis, prullenbakken voor afval.
    2. Ruim de rommel achter je op zodra je de kantine verlaat. Het kantinepersoneel is ook een vrijwilliger wees daar zuinig op.
    3. Spreek je clubgenoten erop aan als ze “in de fout gaan”. Als ze dit bij jou thuis doen zou je er ook wat van zeggen.
    4. Bij feestjes in het clubgebouw horen drugs en het verhandelen ervan niet thuis.
    5. Alcohol wordt niet geschonken onder de 18 jaar. Desgewenst kan er naar een ID worden gevraagd bij twijfel.
    6. Overmatig alcoholgebruik past ook niet bij sporters. Je kunt ook plezier hebben zonder zwaar beneveld te zijn. Teveel alcohol geeft alleen maar narigheid en overlast naar anderen.
    7. Wanneer u kantine dienst heeft wordt er geen alcoholisch drank achter de bar genuttigd. Uiteraard dient u ook voor aanvang van u kantinedienst nuchter te zijn.
    8. Ook in de kleedkamer en op het veld moet alles netjes achtergelaten worden. Dit geldt niet alleen op ons eigen terrein maar zeker ook bij de vereniging waar je te gast bent.

     

          4. Gedragsregels voor ouders

     

    Ouders spelen een belangrijke rol in het korfballeven van een kind. Ze zijn geïnteresseerd en willen zoveel mogelijk helpen. Het komt echter dikwijls voor, dat ouders te zeer betrokken raken bij het korfballen van hun kind en in hun enthousiasme ongewild een storende invloed uitoefenen.

     

    Om u als ouder te helpen een goede "korfbalouder" te zijn gelden de volgende gedragsregels:

     

    1. Zorg voor een goed contact met de trainer/coach en scheidsrechter en respecteer hun mening. Zij weten meestal meer over korfballen en de ontwikkeling van een jonge korfballer dan u.
    2. Vraag hen na de wedstrijd om uitleg van beslissingen die u niet begrijpt of waarmee u het niet eens bent.
    3. Onderhoud contact met andere ouders. Het is dikwijls prettig gemeenschappelijke problemen te bespreken en samen te werken ten aanzien van bijvoorbeeld vervoer.
    4. Uit nooit kritiek tegen of over uw kind of trainer/coach waar andere ouders bij zijn.
    5. Moedig inspanning zowel als resultaat aan. Beoordeel de vorderingen van uw kind niet alleen op het aantal doelpunten of gewonnen wedstrijden of toernooien.
    6. Wees gul met applaus. Tijdens een wedstrijd is het belangrijk dat u applaudisseert voor de goede verrichtingen van alle spelers dus ook die van de tegenstanders. Hiermee geeft u niet alleen het goede voorbeeld, maar het zal ook een meer ontspannen sfeer geven.
    7. Sta open voor kritiek op het gedrag en de prestaties van uw kind. U mag natuurlijk wel eisen dat de kritiek gefundeerd is maar ga hier open mee om. Door erover te praten wordt voorkomen dat standpunten onwrikbaar worden en de boel escaleert.

     

    Wat is niet verstandig 

     

                a)         Reageer op een slecht resultaat of een fout, niet met straf of kritiek. Geef uw kind de  tijd om voor zichzelf uit te                                 vinden waarom het verkeerd ging. Als het kind uw advies  vraagt, geef dan eerst een compliment voor iets wat het                           wel goed deed en geef dan de  goede raad. Hierbij legt u eerder de nadruk op de positieve gevolgen, indien deze                               raad wordt opgevolgd, dan op het negatieve gevolg van een fout. Het is voor de  ouders van het allergrootste                                    belang niet de indruk te wekken dat zij het kind niet  meer waarderen nadat het verloren heeft.

     

                b)         Sluit uw ogen niet voor slecht gedrag, oneerlijkheid of slechte manieren van uw kind.  Op zulke momenten moet u                             onmiddellijk optreden. Als u dat niet doet zal het daaruit  kunnen concluderen, dat u zulk gedrag toelaatbaar vindt                             of tenminste dat u  persoonlijke normen en respect voor mensen en regels in de sport niet belangrijk  vindt.

     

                c)         Geef uw kind geen aanwijzingen tijdens een wedstrijd, dit is zelfs reglementair verboden. Een constante stroom van                          instructies brengt het kind alleen maar in  verwarring.

     

                d)         Laat niet altijd uw eerste vraag zijn "heb je gewonnen?". Waarom zou u niet     beginnen met "heb je lekker                                      gespeeld?".

     

                e)         Wees niet altijd (nadrukkelijk) aanwezig bij elke training en elke wedstrijd. Het is  belangrijk voor de ontwikkeling                              van uw kind in de sport dat hij of zij ermee vertrouwd raakt de juiste beslissing te nemen tijdens training of                                       wedstrijd. Dit is de  eerste stap in de ontwikkeling van motivatie en zelfvertrouwen. Wanneer u voortdurend                                        toekijkt, zal dit ertoe leiden dat uw kind op alle gebieden afhankelijk   wordt van uw aanwezigheid en advies.

     

                f)         Ga in geval van kritiek op het gedrag of prestatie van uw kind niet tegen anderen                        mopperen. Spreek degene die deze kritiek uit erop aan en vraag naar de reden van de                  kritiek. Als een dialoog niet helpt stap dan naar de coach of een bestuurslid om                            escalatie te voorkomen. Het voorbeeld dat ouders geven hoe hiermee om te gaan is                enorm belangrijk. Hoe kunt u anders verwachten dat uw kind dit wel kan?

     

    g)         Beloon uw kind niet met geld etc. voor goede prestaties of het maken van doelpunten; dit werkt mogelijk frustraties in de hand, of dit leidt tot te zelfzuchtig gedrag dat het teambelang niet ten goede komt.

     

     

    Wanneer u steeds kritiek heeft op trainers, scheidsrechters, bestuursleden en/of coaches, dan nodigen wij u uit om u bij de vereniging aan te melden voor deze functies.

    U krijgt dan de kans om het goed/beter te doen. De vereniging zal er blij mee zijn. 

    1. Gedragsregels voor supporters van KV Weidevogels

     

    1. Uit de benaming “supporters” valt af te leiden dat het hierbij gaat om mensen die (in dit geval de club/teams) ondersteunen.
    2. Ondersteunen doe je niet door je eigen team of sommige leden daarvan uit te schelden als er eens iets niet gaat zoals je zelf zou willen. Hetzelfde geldt voor het bezoekende team. Je eigen club aanmoedigen doe je niet door de tegenstanders uit te schelden of uit te lachen. Het effect van dergelijk asociaal gedrag is dat de supporters van de bezoekende club zich ergeren en tot ‘tegenacties’ overgaan.
    3. De enige reactie op verbaal geweld van gasten is beschaafd gedrag. Hiermee is al snel de lol eraf.
    4. Van een supporter wordt verwacht zich niet asociaal uit te spreken ten opzichte van de scheidsrechter. Dus schelden, commentaar leveren enz. is uitgesloten.

     

    Wanneer u steeds kritiek heeft op trainers, scheidsrechters, bestuursleden en/of coaches, dan nodigen wij u uit om u bij de vereniging aan te melden voor deze functies.

    U krijgt dan de kans om het goed/beter te doen. De vereniging zal er blij mee zijn.  

     

             6. Gedragsregels voor publiek (gasten)

     

    1. Van gasten mag verwacht worden dat ze zich fatsoenlijk gedragen. Als dit onverhoopt niet het geval is moet dit kenbaar worden gemaakt.
    2.  Als gast moet jij je aanpassen aan de ontvangende vereniging.
    3. Als een gast zich misdraagt, mag je deze erop aanspreken. Als aanspreken niet helpt is het van belang dat dit aan het bestuur wordt doorgegeven. Het bestuur kan dan via de bezoekende vereniging trachten herhaling te voorkomen.
    4. Wees echter niet te snel met oordelen en commentaar, onze gasten en hun publiek zijn ook gewone mensen die opgewonden kunnen raken door bepaalde gebeurtenissen.

     

    1. 7.    Gedragsregels voor het bestuur en kader

     

                7.1 Gedragsregels voor het bestuur

     

                Bestuursleden hebben op sociaal gebied een speciale rol binnen een vereniging. Naast de             voorbeeldfunctie is er ook een corrigerende en opvoedfunctie. Je staat nu eenmaal meer in         de schijnwerpers dan anderen. Bestuursleden dienen altijd aanspreekbaar te zijn voor leden            en bezoekers. In deze gevallen dient het bestuurslid zich diplomatiek te gedragen, dat wil          zeggen dat er niet direct een mening wordt gegeven maar dat eerst alle relevante gegevens        worden verzameld. Op basis daarvan en, indien nodig, na ruggenspraak met andere    bestuursleden en/of kaderleden kan actie worden ondernomen.

      

                7.2 Gedragsregels voor het kader

     

    Voor kaderleden (waaronder commissieleden, trainers etc.) geldt in hoofdlijnen hetzelfde als voor bestuursleden. Ook zij zijn een          vooruitgeschoven post en staan meer in de belangstelling dan gewone leden. Het siert een goed kaderlid om weloverwogen om te gaan met sociale probleemsituaties.

    Rust en kalmte helpen meer dan een overhaaste reactie of advies.

     

                7.3 Gedragsregels voor de scheidsrechters.

     

                Scheidsrechters zijn (helaas) vaak het doelwit van spelers en publiek, zeker als de spanning             toeneemt in een wedstrijd. Bij de opleiding tot scheidsrechter is er veel aandacht besteed aan             gedragsregels. De richtlijnen vanuit het KNKV dienen altijd primair opgevolgd te worden.         Om overwicht te behouden in de wedstrijd volgen hier vanuit KV Weidevogels een    aantal gedragsregels.

     

    1. Het is een goede zaak als de scheidsrechter kalm en onverstoorbaar blijft.
    2. Indien spelers of publiek zich te buiten gaan aan verbaal, of erger nog, fysiek geweld is het zaak de vertegenwoordigers van beide partijen direct bijeen te roepen en deze de opdracht te geven hun team en publiek tot kalmte te manen.
    3. Als er desondanks geen verbetering optreedt en u als scheidsrechter meent dat onder die condities verder spelen niet in het belang van de korfbalsport is, staak dan de wedstrijd voordat de zaak geheel uit de hand loopt.
    4. Maak van elk (conform de spelregels relevant) vergrijp van spelers, coaches of publiek een aantekening op het wedstrijdformulier en lever een rapport in bij de bond. 
    5. Wees mild. Op alle kleine ongeregeldheden in gaan wekt agressie op, maar zorg ervoor dat de balans in evenwicht blijft. Trek dus niet (on)bedoeld een team voor, ook dit wekt agressie op.
    6. Sta open voor vragen na afloop van de wedstrijd. Ouders en/of spelers hebben mogelijk behoefte aan uitleg over een beslissing. U hoeft zich niet te verdedigen maar slechts uit te leggen waarom u tot die beslissing bent gekomen. Uiteraard dient de vragensteller zichtbaar geïnteresseerd te zijn en er dus niet op uit te zijn om u uit uw tent te lokken.

     

     

    1. 8.    Gedragsregels ter voorkoming van seksuele intimidatie

     

    Seksuele intimidatie is elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst wordt ervaren.

     

    De belangrijkste gedragsregel

    Iedereen in de sport dient zich te onthouden van seksueel (machts)misbruik en seksuele intimidatie, zowel het kader als de sporter.

    Seksuele intimidatie komt het meest voor in de relatie waarin sprake is van een machtsverschil.

    Dat machtsverschil kan te maken hebben met leeftijd (volwassene tegenover kind), positie (trainer tegenover sporter) of bijvoorbeeld het getal (groep tegenover eenling).

    Deze gedragsregels gelden voor alle begeleiders in de sport. Het naleven van de gedragsregels is de verantwoordelijkheid van de volwassen begeleider, niet van het kind.

     

     

    De verantwoordelijkheid van de begeleiders

     

    De begeleider heeft niet alleen een taak met betrekking tot de sportbeoefening. Hij heeft ook een (weliswaar gedeelde) opvoedkundige opdracht. Hij is medeverantwoordelijk voor de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de jonge sporter en voor diens ontwikkeling naar zelfstandigheid. Daarbij moet de begeleider de persoonlijke grenzen van de sporter respecteren en de grenzen van professioneel gedrag niet overschrijden. Begeleiders zijn allen die (jeugd)leden ondersteunen tijdens trainingen, wedstrijden en overige verenigingsactiviteiten.  

     

    “Mag ik ze dan geen aai meer over hun bol geven? ” De omgang tussen mensen en het lichamelijk contact bij het sporten laten zich niet tot in detail regelen. Dat is ook niet de bedoeling van de gedragsregels. Lichamelijk contact kan functioneel zijn en een “aai over de bol” motiverend en prettig.

    Aanrakingen en bijvoorbeeld het geven van complimentjes moeten geen taboe worden in de sport. De gedragsregels zijn richtlijnen voor de begeleider, waarmee seksuele intimidatie kan worden voorkomen. Ze geven de grenzen aan van het handelen.

    Ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders en sporters in concrete situaties.

    Ze nodigen uit tot nadenken en discussiëren over het handelen en dat van anderen in de sportomgeving.  

     

     

    De regels

    1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt (te bewegen).
    2. De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, en verder in het privéleven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijke doel.
    3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van seksueel (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
    4. Ga nooit alleen als begeleider een gesprek voeren met een sporter in een kleedkamer of andere afzonderlijke ruimte.
    5. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot

    18 jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

    1. De begeleider mag de sporter niet op zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren. Dit zoals het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtdelen, billen en borsten. 
    2. De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.
    3. De begeleider zal tijdens training(stages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en de ruimten waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleed- en hotelkamer en kamp accommodaties.
    4. De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
    5. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

     

             9. Gedragsregels voor roken bij de kantine Weidevogels

     

    Heden ten dage wordt er gerookt voor de kantine en kleedkamers.

    Voor een sportvereniging is het geen goede uitnodiging naar onze gasten en eigen leden.

    Tevens heeft het een verkeerde uitstraling naar de jeugd.

     

    Het is u eigen keuze om te roken.

    Roken is niet goed voor de gezondheid voor u en u mede rokers.

     

    Een geheel verbod voor roken gaan we niet toepassen.
    Maar we hebben wel een aantal regels opgesteld zodat een ieder daar profijt van heeft.

     

     

    1. Roken is op de volgende plaatsen niet toegestaan.

      a) in de kantine.

    b) voor de deuren van de kantine
    d) in en voor de kleedkamers.

    1. Roken is alleen toegestaan buiten naast de opslag container.

    Na het roken kunnen de peuken weggegooid worden in de betreffende Drop Pit.

     

     

     

     

     

     

             10. Bijlage: De rol van ouders.

     

    De invloed van ouders op het gedrag van kinderen

    Ouders hebben een grote invloed op het gedrag van hun kinderen. Zeker als het nog om relatief jonge kinderen gaat. In de belevingswereld van kinderen zijn ouders namelijk de ideale voorbeelden. Wie kent niet de uitspraken van jonge kinderen als: “mijn moeder is de slimste en mijn vader de sterkste”. Bij het ouder worden van het kind neemt die invloed echter af. Dan komt het kind met andere personen in contact, die mede bepalend worden bij het opvoedings- en ontwikkelingsproces. Het gaat dan om leeftijdgenoten, school, sportvereniging, kerk en media. 

     

    Over het algemeen kan worden gezegd dat hoe ouder het kind wordt, des te kleiner de invloed wordt die ouders direct kunnen uitoefenen op het gedrag van hun kinderen. Wel zijn er sterke verschillen tussen kinderen onderling en ouders onderling. Naarmate het kind meer volwassen wordt zal de beïnvloeding veranderen van sterk sturend naar meer adviserend. De ouders zullen het kind dan steunen met raad en daad en waar nodig corrigerend moeten optreden. Vooral tijdens de puberteit botst het vaak tussen ouders en hun kinderen. Het kind probeert dan namelijk een eigen identiteit op te bouwen. De ouders kunnen hierbij een belangrijke rol spelen door een goed voorbeeld te zijn. Op deze wijze kunnen ze de persoonlijkheidsontwikkeling van hun kind sterk beïnvloeden. Hoewel er bij de puber altijd wel enigszins sprake is van het zich tegen-de-ouders afzetten, zal een goede ouder-kindrelatie een goed verloop van de puberteit in de hand werken. Voor de jongere zelf is de puberteit ook een nogal onstuimige periode waarin de jongere “zichzelf ontdekt”. De jongere bekijkt het gedrag van de ouders nu veel meer vanaf een afstand. Hij leert selecteren wat volgens hem de goede en de minder goede eigenschappen van zijn ouders zijn. De ouders zullen hiermee rekening moeten houden en de jongere wat meer vrij laten in zijn beslissingen.

     

     

    Actieve levensstijl  

    Voldoende beweging heeft een positieve invloed op allerlei gebied. Daarom is het belangrijk dat jonge kinderen al vroeg met verantwoord bewegen beginnen. Vanaf jonge leeftijd moet een actieve levensstijl eigen worden gemaakt, dit geeft namelijk een grotere kans dat op latere leeftijd ook een actieve levensstijl behouden wordt en dat geeft weer meer kans op een goede gezondheid. Bovendien is het voor mensen die op jonge leeftijd nooit of weinig hebben gesport veelal lastig om op latere leeftijd alsnog te gaan sporten. Voor hen is de drempel om te gaan sporten dan vaak te hoog. Naast het gezondheidsaspect heeft sporten veel andere positieve gevolgen. Sportende kinderen ontwikkelen motorische vaardigheden waardoor ze zich gemakkelijker bewegen en beter zijn in andere sportieve vaardigheden dit vergroot hun gevoel van eigenwaarde. Daarnaast is het sporten bij een vereniging een uitstekende gelegenheid om een vriendenkring op te bouwen, hetgeen weer belangrijk is voor de persoonlijke ontwikkeling.

     

    Samen sporten 

    Ouders kunnen ervoor zorgen dat hun kind op jeugdige leeftijd voldoende beweegt. Dat kan al op zéér jonge leeftijd. Bijvoorbeeld door met het kind te gaan wandelen en allerlei sportieve spelletjes te doen.  Ook worden er tegenwoordig steeds meer activiteiten georganiseerd om samen te bewegen, denk in dit kader bijvoorbeeld aan het baby- en peuterzwemmen en ouder- en kindgymnastiek. 

     

    Na verloop van tijd neemt de school een deel van de bewegingsopvoeding over. Daarnaast kunnen verenigingen een belangrijk deel van de bewegingsopvoeding overnemen. Tegenwoordig zijn er veel verenigingen die activiteiten aanbieden voor steeds jongere kinderen. Bekende voorbeelden hiervan zijn tennis, zwemmen en gymnastiek. Maar ook Weidevogels probeert steeds jongere kinderen (vanaf circa 4 jaar) te betrekken bij de vereniging. Sinds een aantal jaren kent het KNKV de Kangaroeclub.

     

    De rol van ouders 

    Als kinderen eenmaal lid zijn van een sportvereniging houdt daarmee zeker de bemoeienis van ouders niet op. De rol van ouders is op te splitsen in 5 categorieën.

     

    1. Voorwaarden scheppen Het gaat hier om voorwaardenscheppend gedrag van ouders, zodat het voor het kind mogelijk wordt om goed te sporten.
    2. Interesse tonen en stimuleren Voor een sportend kind is het belangrijk dat ouders interesse tonen. Bovendien wil ieder kind gestimuleerd worden. Het ene kind heeft het echt nodig om 'de moed niet op te geven' en lid te blijven, het andere kind ervaart het gewoon als positief en dat geeft hem nog meer plezier in de sportbeoefening. 
    3. Fair Play stimuleren. Kinderen zullen op het sportveld, maar ook via de media met onsportief gedrag worden geconfronteerd. Het is daarom belangrijk dat kinderen al vroeg leren wat Fair Play inhoudt en hoe zij zich volgens Fair Play-normen dienen te gedragen. Ouders kunnen hierbij helpen door erover te praten en zelf het goede voorbeeld te geven. 
    4. Kwaliteitscontrole bij de vereniging. Ondanks de goede bedoelingen van de sportvereniging, zouden sommige zaken in uw ogen (nog) beter kunnen. Probeer daarom de vereniging te helpen bij het 'kindvriendelijk sporten' en de bevordering van Fair Play. 
    5. Taakinvulling bij de sportvereniging. Binnen een sportvereniging zijn talloze taken die ingevuld kunnen worden door ouders. Er zijn permanente taken (bestuurs- of commissielid), repeterende taken (feestcommissie) of eenmalige taken (begeleiding van een kamp). Er zijn bij een sportvereniging veel taken die relatief weinig tijd kosten en waarmee u de vereniging erg helpt. Bovendien is het voor ouders een goede mogelijkheid om zelf mee te bouwen aan een optimaal klimaat voor de sportbeoefening van hun kinderen. En niet onbelangrijk: het is vaak leuk werk, waarbij je als ouders zelf ook de nodige contacten opdoet.

     

    Voorwaarden scheppen voor de sportbeoefening en interesse tonen en stimuleren  

    Als (jonge) kinderen willen korfballen, moet er thuis van alles worden geregeld om het kind aan de sport te kunnen laten deelnemen. Een lidmaatschap bij een vereniging betekent vaak dat er op vaste tijden en vaste plaatsen gesport dient te worden. Dit vraagt dan om een organisatorische aanpassing van het hele gezin. Daar komt bij dat veel gezinnen uit meerdere kinderen bestaan, en/of kinderen die van meerdere verenigingen lid zijn. Dit vergt veelal nogal wat passen en meten om alle kinderen op tijd te laten eten en dan ook nog tijdig op de juiste plaats te laten zijn.

     

    Kinderen die sporten kunnen meestal niet zonder de hulp van de ouders. De ouders moeten bepaalde voorwaarden scheppen waardoor het voor hun kinderen mogelijk wordt om op een verantwoorde wijze lid te zijn van de sportvereniging.

     

    Vijf van die voorwaarden zijn:

     

    1. Goedkeuring dat kinderen sporten.
      Ouders kunnen jonge kinderen nog dingen verbieden. Een eerste logische voorwaarde is goedkeuring van de ouders dat de kinderen mogen sporten. Ouders die streven naar een goede ontwikkeling van het kind zullen hun kind bij een vereniging aanmelden als lid. Zij dienen wel in de gaten te houden wat goed is en wat niet goed is voor het betreffende kind.
    2. Het betalen van de contributie
      De contributie zal veelal door de ouders moeten worden betaald. Deze bedragen lijken misschien vrij hoog, maar als je bekijkt wat je er allemaal voor terugkrijgt valt het best mee.
    3. Aanschaf van goede materialen
      Goede materialen kunnen het beste aangeschaft worden in overleg met de trainer. Daardoor kan het kind verantwoord sporten, zonder onnodige kosten. Bij korfbal zijn vooral goede schoenen voor zowel kunstgrasveld als zaal, die goede demping en grote wendbaarheid geven, belangrijk.
    4. Aanpassing in de huishouding
      Wie sportende kinderen heeft weet dat er aanpassingen nodig zijn in het dagelijks leven thuis. Dat betekent onder meer op tijd eten, niet weggaan als het kind een training of wedstrijd heeft en mogelijk oppas regelen voor de andere kinderen.
    5. Het zorgen voor vervoer naar en van de trainingen en wedstrijden
      Dit is een onmisbaar aspect bij het korfballen van het kind en je ziet zo nog eens een training of wedstrijd. Voor wedstrijden worden hierover vaak afspraken gemaakt. Voor trainingen zou met ouders een rijschema kunnen worden gemaakt

     

     

     

    Interesse tonen en stimuleren

    Vrijwel ieder kind wil gestimuleerd worden. Het ene kind heeft het echt nodig om 'de moed niet op te geven' en lid te blijven, het andere kind ervaart dat gewoon als positief, hetgeen nog meer plezier geeft in het korfballen. Met het tonen van interesse wordt het kind automatisch gestimuleerd. 

     

    Als ouder kunt u onder andere op de volgende wijzen blijk geven van uw interesse in de korfbalbeoefening van uw kind:

     

    1. Kom kijken naar trainingen en wedstrijden.
    2. Luister naar verhalen en problemen.
    3. Onthoud dat kinderen toch goed gesport kunnen hebben, zonder dat ze gewonnen hebben. Denk hierbij aan het verschil tussen prestatie (dat wat het kind doet) en resultaat (winnen/verliezen).
    4. Beloon daarom ook naar inzet en sportief gedrag en niet alleen naar resultaat.
    5. Vraag na een wedstrijd of ze lekker gespeeld hebben, of het leuk was en niet alleen of ze gewonnen hebben.
    6. Toon interesse voor de vorderingen van uw kind, vraag de begeleider/trainer er eventueel naar. Overleg ook met de begeleider bij problemen.
    7. Bij een blessure of ziekte kan in overleg met arts en begeleider eventueel aangepast worden gesport. Forceer geen onnodige blessures. Dwing niet, maar stimuleer om - indien mogelijk aangepast te trainen.
    8. Tot slot enkele vragen die u voor uzelf kunt beantwoorden. Ze hebben betrekking op uw rol als ouder.  

     

    Vragen

                a) Hoe vaak kijkt u bij wedstrijden en trainingen van uw kind? 

                b) Vindt uw kind het leuk als u er bent?

                c) Vindt uw kind dat u voldoende komt kijken?

                d) Praat u thuis regelmatig na over wedstrijden (en trainingen)?     
               
                e) Vraagt u dan naar de ervaringen/beleving van het kind?      
                 
                f) Overlegt u ooit met de trainer over de motivatie en vorderingen van het kind?

                g) Kunt u voor uzelf op een rijt je zetten op welke wijze u uw kind stimuleert tot het  beoefenen van korfbal?                                                                                                                  
                 h) Stimuleert u Fair Play-gedrag? 

     

     

     

    1. Bijlage: Fair Play

     

     

    Bij (jeugd)korfbal zijn het vaak de kleine onsportieve dingen waar ouders bij hun kinderen op kunnen letten. Bijvoorbeeld als kinderen nooit toegeven dat een wedstrijd verdiend verloren is, maar altijd onwerkelijke redenen daarvoor bedenken. Als kinderen mopperen op medespelers en/of scheidsrechter. Of laten merken dat er onterecht gewisseld wordt, omdat degene die in het veld komt  veel slechter is. En ook ruw spel, vooral als de scheidsrechter het niet ziet, of toch niet fluit, dit zijn vormen van onsportief gedrag die helaas bij het (jeugd)korfbal nog wel eens voorkomen. 

     

    Als ouder kunt u Fair Play bij uw kind stimuleren op verschillende manieren: 

     

    1. Leer kinderen om respect te hebben voor alle betrokkenen bij het korfballen. Het betreft dan de scheidsrechters, de begeleiders, de teamgenoten, de tegenstanders etc. Maak duidelijk dat al deze mensen nodig zijn, om te kunnen sporten. Zonder hen is een wedstrijd niet mogelijk. Iedereen wil plezier beleven aan korfbal, maak dat dan ook voor iedereen mogelijk. Op anderen mopperen, schelden of anderen uitlachen is daarbij natuurlijk niet aan de orde.
    2. Indien u, als ouder, naar korfbal of andere sport kijkt en zeker indien u zelf ook sport, dient u zelf het voorbeeld voor Fair Play te zijn. Kinderen imiteren vaak (bewust of onbewust) ouderlijk gedrag en denken dat dit het juiste is. Bovendien geeft correct gedrag van uw zijde, u het recht van spreken om eventueel unfair gedrag van anderen af te keuren.
    3. Topsport, waarmee kinderen door de media geconfronteerd worden, kan een negatief effect hebben op het Fair Play-gedrag van de jonge sporters. Leer hen dat sommigen dingen die bij topsport voorkomen niet goed zijn. Leg hun ook uit dat onsportief gedrag nooit goed te praten is, maar dat bij topsport hele andere (bijvoorbeeld financiële) belangen spelen.
    4. Benadruk/beloon sportief gedrag van uw kind. Bijvoorbeeld als hij de winnaar heel spontaan feliciteert, als hij zegt dat de ander verdiend gewonnen heeft, als hij minder goede spelers helpt of als hij toegeeft dat hij een fout maakte.
    5. Grijp snel in bij onsportief gedrag van uw kind. Leg uit waarom het onsportief is en hoe het beter had gekund. Argumenten hierbij kunnen zijn dat een overwinning eigenlijk alleen maar waarde heeft als die eerlijk behaald is en dat je bij alles wat je doet rekening moet houden met de gevoelens van mede- en tegenspelers en de leiding.
    6. Leer het kind zich in te zetten voor het team. De vereniging steekt veel tijd in de jonge korfballers. De vereniging verwacht daar iets voor terug en moet op de leden kunnen rekenen. Je kunt je team en vereniging niet laten zitten door, zonder goede reden, niet op te komen dagen op trainingen of wedstrijden.